Jury 1962: zo'n veertig leden, verdeeld over zeven jury's. Van de Italiaanse jury maakten onder anderen deel uit: Gianfranco Contini, Carlo Levi, Alberto Moravia, Elio Vittorini; van de Spaanse Gabriel Ferrater en Juan García Hortelano; van de Franse Michel Butor, Roger Caillois, François Erval en Michel Mohrt; van de Amerikaanse James Baldwin, Harvey Breit, Henry Miller en Ruthven Todd; van de Duitse Beda Allemann, Hans Magnus Enzensberger en Adolf Frisé; van de Scandinavische Gunnar Brandell en van de Engels-Nederlandse jury Nigel Dennis, Melvin J. Lasky, Peter Quennell, Angus Wilson, Francis Wyndham en Jacques den Haan. Jury 1963: teveel om op te noemen

Hermans in 1962
Foto: Philip Mechanicus
Een groep Europese uitgevers (en één Amerikaanse) had in 1960 twee literaire prijzen in het leven geroepen van tienduizend dollar ieder, die jaarlijks op Mallorca, in hotel Formentor, zouden worden toegekend. De Prix International des Éditeurs (later: de la Littérature) werd toegekend door een jury van schrijvers en critici voor een roman geschreven door een auteur met enige staat van dienst en nog niet aan het eind van zijn of haar loopbaan. In 1961 werden de prijzen voor het eerst uitgereikt. De internationale prijs werd door Jorge Luis Borges en Samuel Beckett gedeeld; tegen dit geweld moest Harry Mulisch het als Nederlandse kandidaat met Het stenen bruidsbed afleggen.
Directeur D.W. Bloemena van Meulenhoff (de Nederlandse vertegenwoordiger in de groep uitgevers) en Jacques den Haan besloten voor 1962 De donkere kamer van Damocles te kandideren dat bij buitenlandse uitgevers hoge ogen gooide, ook al waren er vóór ‘Formentor’ nog maar twee vertalingen verschenen. De Deense vertaling was van 1961, de Engelse verscheen eind april 1962, kort voordat de beraadslagingen op 29 april begonnen. Jacques den Haan maakte als enige Nederlander deel uit van de gemengd Engels-Nederlandse jury die voorgezeten werd door Angus Wilson. Ook in de andere jury's hadden schrijvers en critici van naam zitting genomen, maar Henry Miller lag voornamelijk ziek in bed en James Baldwin kwam dagen te laat omdat hij op het Witte Huis moest dineren met de Kennedy's. In totaal stonden er negenenzeventig titels op de kandidatenlijst die gedurende drie dagen door alle zeven jury's werden besproken;

Van links naar rechts: De donkere kamer van Damocles in het Deens (1961), Engels (1962), Zweeds (1962), Noors (1962), Frans (1962) en Fins (1963)
elke jury moest reageren op de voordracht van de andere. Op de tweede dag verdedigde Den Haan de kandidatuur van De donkere kamer. Hij had zeven minuten spreektijd en, zoals The New Yorker van 4 augustus 1962 schreef, ‘the solitary Dutchman present contented himself with telling the plot [...], safe in the knowledge that almost nobody else present had read it’. Te pessimistisch gedacht van Alastair Reid; Den Haan noemde enkele reacties in zijn verslag van Formentor (Het Vaderland, 12 mei 1962; Monnikje Lederzak en andere driestheden, 1968, p. 18; het verslag van Jean-A. Schalekamp stond op dezelfde dag in het Algemeen Handelsblad). Michel Mohrt van de Franse jury achtte de verbinding tussen misdaadroman en Kafka-sfeer niet harmonisch; de Duitser Beda Allemann, die de roman in het Nederlands had gelezen, vond het boek als detective-verhaal niet geslaagd, het slot was zelfs een Schönheitsfehler. Gabriel Ferrater vond het maar niks dat de hoofdpersoon het met een zo lelijk meisje aanlegde; het was ‘een weerzinwekkende roman zonder enige moraal’. Volgens Contini hoorde het juist ‘in de grote stromingen van de Europese literatuur thuis’. Wat Den Haan aan deze buitenlandse reacties het meest verbaasde, was de nadruk die op het detective-achtige in De donkere kamer gelegd werd terwijl er geen begrip getoond werd voor het aspect verzetsroman. Tot besluit sprak Angus Wilson in zeer lovende bewoordingen over Hermans' roman die hij met Les caves du Vatican van André Gide vergeleek. Het resultaat van de overwegingen inzake De donkere kamer was om met een definitieve beoordeling een jaar te wachten; in die tijd zouden de aangekondigde andere vertalingen zijn verschenen.
Winnaar van de tienduizend dollar werd Uwe Johnson met Das dritte Buch über Achim.
In 1963 week men vanwege de Franco-repressie uit naar Korfoe. Intussen waren de Zweedse, Noorse en Franse vertalingen van De donkere kamer nog in 1962 verschenen, de Finse kwam in 1963 uit. Het boek werd in buitenlandse bladen besproken en de verfilming door Fons Rademakers als ‘Als twee druppels water’ kende ook een Franse en Engelse roulatie. Het hielp allemaal niet: Den Haan moest ‘een volslagen gebrek aan enige responsie’ vaststellen (Monnikje Lederzak, p. 133). Uitgever Heinemann had dezelfde ervaring; in de eerste helft van 1963 werden niet meer dan zeventig exemplaren van The dark room of Damocles verkocht. Voor Meulenhoff en Den Haan was de non-respons reden om het niet nog een keer met De donkere kamer te proberen. Nathalie Sarraute won in 1963 de prijs met Les fruits d'or.
Toch raakte De donkere kamer in het buitenland niet helemaal in de vergetelheid. Jaren later bracht Angus Wilson de schrijver ervan ter sprake in een interview met Adriaan van der Veen (NRC Handelsblad, 29 juni 1973): ‘Hoe heet die grote schrijver van jullie ook weer, je weet wel, die van The dark room [...]. Ik bewonderde die Donkere kamer van Damocles zéér. Een van de beste romans over de Eerste Wereldoorlog.’
Meer informatie in Rob Delvigne, ‘Who the f*** are Hermans and Reve?’, in: Literatuur XIII/4 (juli-augustus 1996), pp. 223-228