[p. 65]
Aan Klimene
Klimeen! uw afzyn doet my sterven;
Myn wanhoop in dees hooge nood,
Zal u wel haast 't geluk doen derven
Van d'eer te hebben van myn dood.
Helaas! hoe vreemt is uw vermogen!
Daar ligt een ander nu misschien
Sterft door te veel te zien uw oogen,
Daar sterf ik door u niet te zien.