terug  begin  verder
[p. 123]

11. Martin Ruyter Bedrag doet niet terzake

[Oorspronkelijk gepubliceerd in: De Volkskrant, 14 maart 1967]

 

Willem Frederik Hermans (46), schrijver en hoogleraar in de fysische geologie* aan de Groningse universiteit, heeft het afgelopen weekeinde voor stukjes in alle kranten gezorgd door de Vijverbergprijs (groot 2500 gulden) van de Jan Campertstichting van de hand te wijzen. Hij motiveerde dit gebaar met: ‘Dit bespaart mij een hoop rompslomp en vrijwaart mogelijkerwijze een of twee leden van uw jury voor een slecht geweten. Ik dank u voor de te nemen moeite. Ik zal een roman over u schrijven onder de titel “Wel te rusten”.’

Een tamelijk venijnig stukje proza, maar dat is literair Nederland van Hermans gewend.

 

Men begint niet zomaar aan een interview met de Groningse auteur. Het is bekend, dat hij erg lastig kan zijn, plotseling boos kan worden over vragen en het interview van tijd tot tijd wel onderbreekt om wat grimmig voor zich uit te staren. De interviewer weet dan niet of het onderhoud als geëindigd dient te worden beschouwd of niet.

Vrijdagmiddag. Een telefoontje naar Groningen. De heer Hermans stemt zonder meer toe tot een gesprek. Stelt geen voorwaarden. Het kan maandagmiddag om vier uur.

De interviewer stelt zich de volgende middag voor alle zekerheid in verbinding met enkele collega's, die de heer Hermans al eens heeft ontvangen, om inlichtingen in te winnen. Een van hen, Joop van Tijn, vertelt, dat Hermans zijn interview voor Vrij Nederland wilde lezen, voordat het in de krant verscheen. De auteur had nogal wat veranderd in zijn eigen antwoorden, en zelfs in de vragen, ‘hoewel ik moet zeggen, dat hij het

[p. 124]

hier en daar ook wat leuker heeft gemaakt,’ aldus Van Tijn.

Maandagmiddag bij de schrijver thuis. Hij is gekleed in tinneroy broek, donkerblauwe pullover, daaronder wit overhemd, open aan de hals. Op het bureau een oude zwarte schrijfmachine. Grote boekenkasten, één gevuld met Franse werken. Een schilderij aan de muur van een vrouw met ontbloot bovenlichaam. Kon van Sluyters zijn. Erg mooi. Op een bank vol door elkaar gegooide boeken ligt een paars schildje met de tekst: ‘God is alive and well in Argentina’.

De schrijver is tamelijk vriendelijk, maar op een afstand. Hij biedt een whisky aan. Niets wijst op de moeilijkheden, die zullen komen.

 

- Het verbaast mij eerlijk gezegd, dat u zonder meer een interview heeft toegestaan. U heeft de naam niet van interviews te houden.

- Ja.

- Vrij Nederland heeft nogal moeite gehad om u te pakken te krijgen.

- Dat is niet waar.

- En Bibeb?

- Dat is waar. Bibeb ontvang ik niet.

Hij zet vervolgens onverwacht uiteen, dat hij het interview wil lezen. Dat geeft even geharrewar. Het interview moet de volgende dag verschijnen. Tijdnood.

- Ik eis, dat ik dit interview helemaal ter inzage krijg en dat ik er in veranderen kan en schrappen wat mij goeddunkt. Als u dit niet bevalt: Even goede vrienden, maar dan gaat het niet door.

We komen tot overeenstemming. Ik zal het interview diezelfde avond bij een Groningse collega uittikken en het hem dan ter lezing aanbieden.

- U weet, dat het helemaal niet ongebruikelijk is, dat interviews gelezen worden. Ik weet van Lucebert, dat hij de interviews altijd leest. Ik eis ook, dat er in de krant geen kadertjes bijkomen met een tekst als: ‘De heer Hermans wilde het eerst lezen’.

Hij wordt voor een telefoongesprek weggeroepen. Dat zal nog een keer gebeuren. De onderbreking irriteert hem kennelijk. De vragen blijkbaar ook.

- Had u de prijs wel geaccepteerd, als het bedrag hoger was geweest?

- Het bedrag doet niet ter zake, maar de manier waarop zo'n prijs

[p. 125]

uitgereikt wordt is veel belangrijker. Wanneer een officiële instantie, de overheid, dat doet, dan vind ik - en dat geldt in het algemeen, niet alleen in dit geval - dat dat met een zekere fleur omgeven moet worden. En als dan het geldsbedrag klein is... en bovendien, al die literaire prijzen in Nederland zijn niet belastingvrij, daar gaat inkomsten- en omzetbelasting af. En als je dan een op hoge toon gestelde brief krijgt zo van: Het wordt officieel uitgereikt en men kan een toespraak van iemand te horen krijgen en als men er bovendien geen zorg voor draagt, dat de leden van de jury zodanig gekozen zijn, dat de bekroonde auteur niet bij zichzelf hoeft te denken: ‘Nou die of die hoeft mij geen prijs te geven’, dan is het natuurlijk wat anders.

(De jury van de Vijverbergprijs bestond uit mr. A. Mout, Gerrit Borgers, Pierre H. Dubois, Adriaan van der Veen en Gerrit Kamphuis).

- Ik vind dat de schrijvers er meer op zouden moeten letten, dat bij het uitdelen van die prijzen werkelijk grote zorgvuldigheid in acht wordt genomen, zodat een schrijver zo'n prijs werkelijk als een pleziertje, als een bekroning kan beschouwen. Wanneer iemand bij zichzelf te rade moet gaan en denkt: Nou het is eigenlijk niets. Ik ben eigenlijk niet blij. Ik zou me moeten forceren om in de trein te stappen en naar Den Haag te reizen en daar uren bij een officiële bijeenkomst te zitten, dan moet je zo'n prijs niet aannemen.

- U had er ook bezwaar tegen, dat de prijs niet zou worden uitgereikt door de burgemeester.

- (Lichtelijk geïrriteerd): Nou nee. De prijs zou worden uitgereikt, zo stond in de brief, door een lid van het college van b en w. Dat laat in het midden, wie het doet.

- Dus het had u niet kunnen schelen, als het niet de burgemeester was geweest.

- Kijk de rang doet er minder toe dan dat het iemand is, die... Ik zal u een voorbeeld geven. Ik heb een keer meegemaakt - het is alweer vrij lang geleden - dat een schilder, die zestig jaar was geworden, gehuldigd werd met een tentoonstelling. Die huldigingstentoonstelling werd geopend door een burgemeester. Die burgemeester hield een toespraak, zeg twintig minuten of een half uur. Tij-

[p. 126]

dens dat toespraakje sprak die burgemeester voortdurend over die schilder als mijnheer Zwart, terwijl die schilder Bruin heette (ik verander de namen natuurlijk). Dat typeert zo'n geval. Burgemeester zei Zwart. Die man heette Bruin... Ik vind, dat als de overheid of wie ook een kunstenaar bekronen wil, dan moeten ze daarbij de uiterste zorgvuldigheid in acht nemen. Dat moet niet zo met de losse hand gebeuren zo van: Die man? Nooit van gehoord. Ik zal hem wel een paar gemeenplaatsen naar zijn kop slingeren, terwijl ik niet eens precies weet, hoe zijn achternaam luidt.

- U vond het in ieder geval niet de moeite voor vijfentwintighonderd gulden naar Den Haag te reizen.

- U doubleert uw vorige vraag.

- Mijn vorige vraag ging over de burgemeester. U heeft gezegd, dat u het bedrag van de Vijverbergprijs te gering vond om naar Den Haag te reizen.

- Dat heb ik niet gezegd.

- Ik lees een stukje voor uit Het Parool: ‘Ik vind het een enorme verbeelding van die mensen dat ze denken, dat je voor zo'n bedragje naar Den Haag komt.’

- Dat heb ik niet gezegd. U moet bedenken, dat van die prijs de belasting nog af moet, de sherry, enzovoorts, enzovoorts. Ik bedoel, voor de Nobelprijs kunnen ze natuurlijk wel vragen dat je naar Zweden komt, maar...

- Welke juryleden bedoelde u, toen u schreef met het weigeren van de prijs mogelijk een of twee juryleden voor een slecht geweten te vrijwaren? Wie waren dat?

- Ik noem geen namen. Dan had ik dat wel eerder gedaan.

- Het geld moest op de rekening van ‘Eten voor India’. Had u de Brandpunt-uitzending gezien?

- Als ik ‘Eten voor India’ niet had voorgesteld had ik wel een ander liefdadig doel genoemd. Maar van ‘Eten voor India’ herinnerde ik me toevallig het gironummer.

Hij wordt opnieuw naar de telefoon geroepen.

Terwijl hij telefoneert komt een Groningse fotograaf, die Hermans al verscheidene malen heeft gefotografeerd, de werkkamer binnen. Hem is gevraagd de foto bij dit interview te maken. Als Hermans terugkomt, zeg

[p. 127]

ik: U heeft er waarschijnlijk geen bezwaar tegen, dat er even een foto van u wordt gemaakt.

- (Nu zeer ontstemd): Dat had u van te voren moeten zeggen. Ik ben er niet op gekleed. Wat zijn dit voor methoden. Er wordt geen foto gemaakt.

Tegen mij: Gaat u maar naar huis. Het interview is afgelopen (met een hoofdknik naar mijn blocnote): Doet u daar maar mee wat u goeddunkt.

*Lees: lector in de fysische geografie.
terug  begin  verder